Viscero-Posturologie met Philip van Caille DO en Hugo De Cock DO

Aeroparc Gilze-Rijen Coffee/tea, lunch & syllabus Dutch

Note; Bij inschrijving staat u automatische ingeschreven voor module 1 en module 2. Het is niet mogelijk om losse modules te volgen. 
De totaal prijs voor deze cursus is 1590 euro. Wel is het mogelijk om in 2 termijnen te betalen. 

Is asymmetrie een disfunctie?

“Talloze auteurs beschrijven een algemeen (universeel) patroon. Bijna alle patiënten vertonen asymmetrieën in de positie en functie van het bewegingsapparaat.

De symmetrische functie van het bewegingsapparaat ziet eruit als een ideale toestand, maar komt zelden of niet voor.

Het universele patroon bestaat uit een reeks bevindingen: zoals bijvoorbeeld (zonder hier de details te noemen) pronatie van de voet, rotatie van de heup en van het bekken, torsie van het sacrum, adaptatieve scoliose van de thorakale en lumbale wervelkolom, schouderdepressie evenals protractie en scoliose van de cervicale wervelkolom.

Wat hier met osteopathische termen wordt beschreven, is eigenlijk een veel voorkomende asymmetrische houding van de patiënt, die wordt aangenomen in een rechtopstaande positie waarbij we ons als mens organiseren tegen de zwaartekracht. In de posturologie spreken we ook van, de patient staat in het lood (“système postural du fil à plomb”). Vanwege de asymmetrie wordt een bepaald patroon (in de cursus wordt die in detail verklaard) beschouwd als een universeel relatief disfunctiepatroon.

Het is duidelijk dat een patroon zowel bij patiënten met musculoskeletale klachten als bij asymptomatische patiënten voorkomt, daarom is de dysfunctie tot een bepaalde graad relatief en veroorzaakt geen klachten.

Dit roept zelfs de vraag op of het überhaupt klinisch relevant is.

De ervaring leert echter dat patiënten bij wie disfuncties dit [asymmetrische] patroon niet volgen of bij disfuncties die het patroon extreem laten toenemen, meer kans hebben om klinisch symptomatisch te worden als bij dysfuncties die het patroon volgen en niet zo uitgesproken zijn. Een bevinding zoals een somatische disfunctie die niet in het patroon past, zou de bijzondere aandacht van de onderzoeker moeten trekken.

Ook een gebrek aan asymmetrie, of liever een “gebrek” aan patroon, leidt vaker tot de ontwikkeling van klinisch manifeste symptomen.

Is asymmetrie dan een fysiologische functie? En wat zijn de consequenties voor de dagelijkse praktijk?

Hoe moet je handelen als therapeut?

Is asymmetrie misschien toch functioneel, vervult het een ‘quasi-fysiologische’ functie, zoals Victor von Weizsäcker het uitdrukte? Kan het zijn dat er gedifferentieerd moet worden in goede en slechte asymmetrie? Asymmetrie moet ook worden gezien als iets dynamisch – en niet alleen als pathologisch.

Zo ja, volgens welke diagnostische criteria kan dit belangrijke onderscheid worden gemaakt?

En wat zijn de therapeutische gevolgen? Moet het patroon worden gecreëerd waar het ontbreekt?

Door middel van palpatie- en bewegingstesten kan de fasciale disorganisatie worden herkend en behandeld. Want bij een osteopathische behandeling spelen het voelen van de omvang en kwaliteit van de beweging en het voelen van de textuur van het weefsel een belangrijke rol in het onderzoek.

Houdingsaanpassing is een vorm van homeostase, een constante aanpassing van een steeds veranderende labiele balans.

De viscero-somatische reflexen spelen daarbij een niet te onderschatten rol.

Stoornissen van somatische, viscerale en autonome reflexpatronen lijken een specifiek reflexpatroon in het motorische systeem te produceren. Functionele testen kunnen deze patronen blootleggen.

Het programma voor de beide cursusdelen:

Thema:

Hoe organiseren we ons tegen de zwaartekracht? Wat betekent posturologisch georganiseert zijn of wat betekent een posturologische dysorganisatie?
En vooral wat is de (negatieve) invloed van de in de praktijk meest voorkomende viscerale dysfuncties op deze posturologische organisatie.

Hoe zijn we posturologisch georganiseerd / welke systemen sturen dat? (tonische labyrintreflexen, tonische nekreflexen, stomatognate system, binoculaires zien, extero- (fascia plantaris) en propriocepsis in onze myofasciale ketens.
Welke posturologische patronen zijn er; dus wat is „normaal“ en wat is een decompensatie.
De drie dysorganisaties (AP – ROT – LAT) en de viscerale negatieve afferenties

VISCERO-POSTUROLOGIE 1

Rotatiepatroon +++ door unilaterale negatieve afferenties Th6-Th9 (Th1-Th4 / Th10-Th11)

Inleiding: Hoe organiseren we ons tegen de zwaartekracht? Het verschil tussen typologie en posturologie en wat de voordelen zijn van een dynamische posturologie ttz. wat de nadelen zijn van een posturologische dysfunktionaliteit.
Verklaring van de drie posturoligische patronen (kort) maar in detail het rotatiepatroon.
Hoe de patient decompenseert en wat dan de belangrijkste klachten zijn.

Diagnostiek: rotatiepatroon – ketens – decompensatie – lever
Bespreken van een van de belangrijkste oorzaken (niet de enige oorzaak voor posturologische rotatie decompensaties): het viscerosomatische reflex vanuit de lever

Therapie:
Normaliseren van de decompensatie
Afbouwen van het „overdreven“ patroon en de daaruit ontstane « pathologische » ketens.
Behandeling « lever ».

Theorie / Praktijk: 20-80

VISCERO-POSTUROLOGIE 2

Korte herhaling deel 1:

Hoe zijn we posturologisch georganiseerd / welke systemen sturen dat? (tonische labyrintreflexen, tonische nekreflexen, stomatognate system, binoculaires zien, extero- (fascia plantaris en propriocepsis in onze myofasciale ketens)

Welke posturologische patronen zijn er; dus wat is „normaal“ en wat is een decompensatie.
De drie dysorganisaties (AP – ROT – LAT) en de viscerale negatieve afferenties
Rotatiepatroon +++ door unilaterale negatieve afferenties Th6-Th9 (Th1-Th4 / Th10-Th11)
A-P +++ posturologische dysorganisatie en Lateroflexie +++ posturologische dysorganisatie

A-P +++ posturologische dysorganisatie door dysfuncties die centraal zijn.

2 grote groepen :

De physiologische krommingen zijn toegenomen (meer vrouwen): Sacrum (ant) – LWZ problemen (Lordose +++ en facettenproblematiek) en klein bekken orgaan ptose – inkontinentie

De physiologische krommingen zijn verminderd (meer mannen): starheid en vlakke WZ – sacrum post.  met anterior translatie cervikaal segment en (functionele) congestieve hartproblematiek en kongestief klein bekken (prostaat).

Diagnostiek: AP patroon en decompensatie – viscerale diagnostiek ( klein bekken congestie / ptose – bekkenbodem (core stabiliteit)

Therapie:
Behandeling van de decompensatie en afbouwen van het overdreven patroon
Behandeling bekkenbodem – congestie – ptose
Lateroflexie +++ posturologische dysorganisatie door dysfuncties unilateraal Th12 – L2 / S2-S4

Hoe de patient decompenseert en wat dan de belangrijkste klachten zijn.
Bespreken in detail van de belangrijkste oorzaak(en) (wat meest voorkomt in de praktijk) voor een overdreven lateroflexiepatroon: Kolon – unilaterale kleinbekkendysfunctiesDiagnostiek: lateroflexiepatroon en decompensatie

Viscerale dysfunctie: colon

Therapie:
Normalisatie van de decompensatie en afbouwen van het lateroflexiepatroon
Behandling Colonproblematiek

Tot slot : Prioriteit bepalen van welk patroon is dominant(er) en myofasciale ketens moeten niet alleen elastisch zijn, maar hebben ook lengte nodig: verschil tussen elasticiteit en lengte en de daartoe voor de therapie noodzakelijke archetypes.

Theorie / Praktijk: 20-80

Viscero-Posturologie met Philip van Caille DO en Hugo De Cock DO
Per module
€ 795.00

Register for this course?

Log In

Course Dates

29 Feb until 2 Mar 09:00 - 17:30
13 Jun until 15 Jun 09:00 - 17:30

Self-study

No self-study necessary

Accreditation

NRO
#527763
Maximum points: 42 Total hours: 42
NOF
Wordt aangevraagd
Maximum points: - Total hours: -
GNRPO-BCO
Wordt aangevraagd
Maximum points: - Total hours: -